Category: merkur casino spiele online

Cbb 2019

0 Comments

cbb 2019

Grupo criado para APOIAR a realização da CBB de 24 a 29 abril que acontecerá em Poços de Caldas/MG. Este grupo vai em conjunto criar ferramentas. CBB IGI [um ]. IBP CIH Ce3 H Ritter: Inc. alsac. I [G. Husner]. Die Wz. der Druckpapiere bei Heitz (der wie Ritter noch. Alle wichtigen Flughafen-Informationen zum Airport in Cochabamba (CBB) ✈ Lage Eisenach (EIZ) - Cochabamba (CBB), - , Airline Mix. Damit reduziert sich die Lebensdauer des Produkts bei voraussichtlich unverändertem Preis von 10 auf 7 Jahre. Microsoft ist daran gelegen, dass Anwender mit den Desktop-Tools immer die neuesten Features von Office nutzen können. Wiederherstellungspunkte löschen oder öffnen mit dem System Restore Explorer. Zweite Version der Web-basierten Tools verfügbar. Der hat das Doubletten-Tool Damit reduziert sich die Lebensdauer des Produkts bei voraussichtlich unverändertem Preis von 10 auf 7 Jahre. Windows 10 , Office , Lizenzierung. Gleichzeitig kündigte der Hersteller konstante Support-Zeiträume für jedes Release von 18 Monaten an. Weitere Informationen über Textformate. Remotedesktop-App für Windows 8. Im Gegensatz zu Office ProPlus, das laufend Feature-Updates erhält, erscheint im zweiten Halbjahr mit Office eine herkömmliche Version, die auch über dauerhafte Lizenzen erworben werden kann. Wir bieten Ihnen gerne eine passende Lösung. Machbarkeitsabklärungen, die Evaluation für den Formenbau, Diese Website verwendet Cookies. Zweite Version der Web-basierten Tools verfügbar. Letzteres läuft somit bis Oktober Benachrichtigen Sie mich, wenn Beste Spielothek in Bannberg finden Kommentare erstellt wurden. Nach den üblichen 5 Jahren Mainstream-Unterstützung sollen "ungefähr" zwei weitere Jahre im erweiterten Support folgen. Office würde sich dann ab nicht mehr als Frontend für Office eignen. Gleichzeitig kündigte der Hersteller konstante Support-Zeiträume für jedes Release von 18 Monaten an. Vielmehr wird sie wie Office ProPlus nur über Click-to-run verfügbar sein. Microsoft reagiert nun auf den Druck der Kunden, indem es zwar nicht die Update-Intervalle, aber die Support-Dauer für einige Releases verlängert. Schöner Artikel, ich freue mich auf mehr. Online casino startguthaben ohne einzahlung reduziert sich die Lebensdauer des Produkts bei voraussichtlich unverändertem Preis von 10 auf 7 Jahre. Je hebt persoonlijk en vanuit Beste Spielothek in Badelegen finden opleiding een grote interesse voor en voeling met de landbouwsector, landbouweconomische paypazl en landbouwrecht. Ook komen de technische mogelijkheden van de verschillende typen toestellen, die als randapparatuur op de dienst worden aangesloten, overeen. Op basis van de hiertoe gemaakte analyse concludeert ACM dat voor deze markt eveneens is voldaan aan het tweede criterium. He will start this process on September 10 and finish it just eight days later. Leave a Reply Cancel reply Your email address will not be published. A key criterium for selection is the potential benefit of adding novel cell biological methods to the students' own research plans. Dit geldt in het bijzonder in het geval bet365 casino bonus een prospectieve analyse, waaraan inherent is dat de bepaling van marktaandelen met onzekerheden is omgeven. Dat een deel van het klantenbestand van KPN desalniettemin ook voor aansluitingen met dertien of meer gelijktijdige gesprekken gebruik maakt van gestapeld ISDN2 of PSTN, schrijft ACM toe aan het bestaan van klanten bij wie de behoefte aan vaste telefonie in de loop Beste Spielothek in Hetzenhausen finden tijd groeide en die daarom extra aansluitingen afnamen. VoB is een telefoniedienst die wordt aangeboden Bucaneiros Slots - Try it Online for Free or Real Money een online spielothek echtgeld breedbandig netwerk op een vaste locatie. ACM wijst ook terecht op overweging 5. Ook hier zijn er ontwikkelingen waardoor steeds meer wordt overgestapt naar alternatieven voor PSTN. Opnieuw is er geen relevant verschil ten aanzien van de markt voor enkelvoudige gespreksdiensten. ACM schat de marktaandelen van KPN te hoog in en onderschat in haar prospectieve analyse de marktpositie van kleinere nieuwe toetreders. Met KPN ziet het College hier ook niet in waarom de conclusie van ACM ten aanzien van deze factoren hier anders zou kunnen luiden dan bij haar analyse van enkelvoudige en meervoudige gespreksdiensten. Direct oliver-flesch inhoud Direct naar navigatiemenu.

Hiertegen richt zich beroepsgrond A van KPN, waarin zij betoogt dat ACM ten onrechte tot de conclusie komt dat de wholesalemarkt voor tweevoudige gesprekken voldoet aan de drie-criteriatoets.

De Commissie omschreef deze markten als volgt:. Op grond van artikel 6a. Die heroverweging moet volgens artikel 6a. ACM kan ook relevante markten onderzoeken die niet in de Aanbeveling staan.

ACM voert dan een zogenaamde drie-criteriatoets uit waarin ACM nagaat of de relevante markt kenmerken heeft die het opleggen van ex-anteverplichtingen rechtvaardigen.

Op basis van de drie-criteriatoetsen onderzoekt ACM of de betreffende markten binnen afzienbare termijn concurrerend zijn.

Een markt komt volgens overwegingen 11 tot en met 16 van de Aanbeveling alleen in aanmerking voor ex-anteregulering als aan de volgende drie criteria is voldaan.

Deze kunnen een structureel, wettelijk of regelgevend karakter hebben;. De toepassing van dit criterium houdt in dat moet worden nagegaan wat de toestand is van de op infrastructuur gebaseerde en andere mededinging die aan de toetredingsdrempels ten grondslag ligt; en.

ACM heeft de drie-criteriatoetsen voor de wholesalemarkten uitgevoerd in aanwezigheid van bouwstenen uit de wholesalemarkt voor ontbundelde toegang tot het aansluitnet ULL, dat staat voor Unbundled Local Loop en de wholesalemarkt voor hoogwaardige wholesaletoegang HWT die door alternatieve telefonie-aanbieders kunnen worden gebruikt voor het leveren van diensten.

ACM leidt uit het feit dat zij in het bestreden besluit heeft vastgesteld dat de markt voor enkelvoudige gespreksdiensten daadwerkelijk concurrerend is, af dat niet is voldaan aan het tweede criterium en dat de drie-criteriatoets voor deze markt faalt.

Hetzelfde geldt voor de markt voor meervoudige gespreksdiensten en ook voor de retailmarkten voor tweevoudige en meervoudige gesprekken, waarvan ACM heeft geconstateerd dat zij in aanwezigheid van hoger gelegen regulering ULL, HWT en telefoniespecifieke regulering daadwerkelijk concurrerend zijn.

Voor de wholesalemarkt voor tweevoudige gespreksdiensten heeft ACM eerst criterium 1 onderzocht. Zij concludeert dat op deze markt ondanks de beschikbaarheid van hoger gelegen gereguleerde wholesalebouwstenen, sprake is van hoge toegangsbelemmeringen van niet-voorbijgaande aard en dat daarmee wordt voldaan aan het eerste criterium.

ACM heeft vervolgens onderzocht of de marktstructuur niet neigt naar daadwerkelijke mededinging binnen de relevante periode criterium 2.

De toepassing van dit criterium houdt in dat moet worden nagegaan wat de toestand is van de op infrastructuur gebaseerde en andere mededinging die aan de toetredingsdrempels ten grondslag ligt.

Op basis van de hiertoe gemaakte analyse concludeert ACM dat voor deze markt eveneens is voldaan aan het tweede criterium. ACM heeft ten slotte onderzocht of toepassing van het mededingingsrecht op zichzelf het marktfalen in kwestie niet voldoende verhelpt criterium 3.

Daartoe zijn namelijk diverse verplichtingen noodzakelijk, zoals onder andere toegangsverplichtingen. Dergelijke verplichtingen kunnen vooraf niet effectief opgelegd worden op basis van het mededingingsrecht.

Op basis hiervan concludeert ACM dat voor deze markt eveneens wordt voldaan aan het derde criterium.

KPN acht dit conceptueel onjuist, aangezien eerst de drie-criteriatoets dient te worden toegepast, alvorens wordt toegekomen aan de vraag of sprake is van AMM.

Zoals ACM in haar verweer opmerkt, volgt uit artikel 6a. ACM wijst ook terecht op overweging 5. ACM is gehouden tot onderzoek op grond van artikel 6a.

Dat ACM bij de beantwoording van deze vraag een aparte wholesalemarkt voor tweevoudige gespreksdiensten tot uitgangspunt mocht nemen, volgt uit onder meer 4.

Indien KPN van mening is dat ACM geen aparte wholesalemarkt voor tweevoudige gespreksdiensten had mogen afbakenen, dan kan zij hiertegen gronden aanvoeren — hetgeen zij ook heeft gedaan — maar kan dit niet leiden tot het oordeel dat ACM bij het uitvoeren van de betreffende drie-criteriatoets van een onjuist uitgangspunt is uitgegaan.

Evenmin heeft ACM een methodologische fout gemaakt door in het kader van de drie-criteriatoets te verwijzen naar de uitkomst van de door haar gemaakte dominantieanalyse op de wholesalemarkt voor tweevoudige gespreksdiensten.

Zoals het College heeft opgemerkt in BT laat de drie-criteriatoets zich kenschetsen als een soort voorlopig marktonderzoek op hoofdpunten, op basis waarvan door ACM besloten kan worden of een veel meer op de details ingaande marktanalyse moet worden verricht.

Hetgeen KPN in beroepsgrond A verder heeft aangevoerd, ziet op de conclusies die ACM ten aanzien van de drie onderscheiden criteria heeft getrokken. Uit de zojuist genoemde overweging van het College vloeit voort dat nu al hetgeen KPN hierin naar voren brengt door haar tevens is aangevoerd tegen de daadwerkelijke marktanalyse, het College kan volstaan met een verwijzing naar zijn bespreking van die gronden.

De conclusie is dat beroepsgrond A niet tot vernietiging van het bestreden besluit kan leiden. Tele2 en Pretium betogen in beroepsgrond A, uitgewerkt in de sub beroepsgronden A.

VoB is een telefoniedienst die wordt aangeboden over een vast breedbandig netwerk op een vaste locatie. VoB wordt aangeboden over het kopernetwerk, coaxnetwerken en glasvezelnetwerken.

VoB-diensten worden door consumenten en kleine bedrijven nagenoeg altijd in een bundel met internetdiensten afgenomen.

In het marktanalysebesluit VT is de markt voor enkelvoudige gesprekken afgebakend voor de periode tot Nu ACM deze verplichtingen op grond van artikel 6a.

Het belangrijkste argument hiervoor was dat in de loop van de reguleringsperiode een gebonden groep eindgebruikers zou ontstaan. Het uitblijven van de door haar verwachte afname van de krimp in het aantal PSTN-aansluitingen is voor ACM aanleiding geweest nogmaals te onderzoeken of inderdaad sprake is van een gebonden groep eindgebruikers, welk onderzoek uiteindelijk tot de conclusie heeft geleid dat er toch geen aparte markt voor PSTN-aansluitingen moet worden afgebakend.

Daarnaast worden bij zowel VoB1 als PSTN vergelijkbare aanvullende telefoniefaciliteiten geboden, zoals wisselgesprekken, direct doorschakelen, nummerweergave en voicemail.

Wat betreft de schaalbaarheid van beide diensten constateert ACM dat, zoals in de productbeschrijving beschreven, VoB flexibeler is in het inzetten van gelijktijdige gesprekscapaciteit dan bij de klassieke telefoniediensten waar de uitbreidingen stapsgewijs plaatsvinden en per aansluiting.

Hierdoor kan de benodigde capaciteit eenvoudiger worden aangepast aan veranderingen in de behoefte van een afnemer.

Ook komen de technische mogelijkheden van de verschillende typen toestellen, die als randapparatuur op de dienst worden aangesloten, overeen.

Zij achten het onmiskenbaar dat het migratietempo afneemt, hetgeen volgens hen blijkt uit de gegevens die zijn opgenomen in de telecommonitor van ACM van Q2 tot en met Q4 Dit zou temeer relevant zijn aangezien de daling van het aantal PSTN-aansluitingen door autonome oorzaken, zoals overlijden of verhuizing naar een verzorgingshuis, en niet door migratie naar VoB1, juist toeneemt.

Als de autonome daling wordt meegenomen, dan blijkt dat de relatieve afname van de migratie van PSTN naar VoB1 nog veel sterker toeneemt. Waarover partijen van mening verschillen is of de omvang van de overstap dient te worden beoordeeld in termen van absolute of relatieve aantallen.

Tele2 en Pretium baseren hun betoog dat sprake is van een afvlakkend migratietempo op de ontwikkeling van de overstap in absolute aantallen, waarin een daling valt te constateren.

Het College ziet in hetgeen Tele2 en Pretium hebben aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat ACM een onjuiste invulling aan de gehanteerde maatstaf heeft gegeven.

De groepen die ACM hierbij had genoemd betreffen de gebruikers van:. ACM miskent daarbij volgens Tele2 en Pretium dat er nog andere gebonden afnemers zijn, waaronder gebruikers van pinautomaten en faxmachines.

ACM heeft uitgebreid beargumenteerd dat het uitblijven van een afvlakking van de daling van het aantal PSTN-aansluiting voor een belangrijk deel valt te verklaren door de toename van alternatieven voor door haar aanvankelijk als gebonden beschouwde afnemers.

Het blijkt dan ook dat het percentage PSTN-lijnen ten opzichte van alle alarmlijnen is gedaald en het percentage IP-lijnen daarentegen juist sterk is gestegen.

Ook hier zijn er ontwikkelingen waardoor steeds meer wordt overgestapt naar alternatieven voor PSTN. Gegevens van KPN bevestigen dat migratie naar alternatieven ook daadwerkelijk plaatsvindt.

Ook voor op afstand uitleesbare energie- en watermeters zijn alternatieven ontwikkeld. Dit betreft voor een groot deel oudere gebruikers.

Ten aanzien van consumenten zonder bundel heeft ACM in het marktanalysebesluit ULL aangegeven dat zij verwacht dat deze groep afneemt, door onder andere natuurlijk verloop en sterfte.

Evenals ACM in haar verweer, constateert het College dat Tele2 en Pretium tegenover deze mede met kwantitatieve gegevens onderbouwde, gefundeerde analyse van ACM, geen concrete cijfers hebben aangevoerd die deze analyse ontkrachten.

Dat PSTN en VoB1 bezien vanuit de vraagzijde geen substituten zijn, blijkt reeds uit het feit dat van VoB1 uitsluitend gebruik kan worden gemaakt in combinatie met breedband internet.

Evenmin is er substitutie aan de aanbodzijde aangezien er een cruciaal verschil is tussen PSTN en VoB1 wat betreft de wijze waarop de dienst wordt aangeboden.

PSTN wordt aangeboden als zelfstandige dienst waarvoor afzonderlijk en fors moet worden betaald, terwijl VoB1 een dienst is die veelal cadeau wordt gedaan bij een internetabonnement of ander multiplay pakket.

ACM wijst in het bestreden besluit op het Blauw-rapport dat onder andere het profiel van PSTN-gebruikers beschrijft en ingaat op de bereidheid van gebruikers van vaste telefonie om over te stappen.

Onder PSTN-klanten worden betrouwbaarheid en gewoonte vaak genoemd als belangrijkste reden voor de keuze van deze techniek.

In het marktanalysebesluit VT concludeerde ACM dat VoB1 op basis van feitelijk en verwacht overstapgedrag van afnemers in combinatie met de geboden functionaliteit, alsmede de aan VoB verbonden kwaliteitsperceptie, een substituut is voor PSTN en in het bestreden besluit komt zij tot dezelfde conclusie.

In haar verweer verwijst ACM naar haar, hiervoor in 4. Wat betreft de aanbodsubstitutie acht ACM het van doorslaggevend belang of er een relevante groep gebonden eindgebruikers bestaat, welk onderwerp al bij de bespreking van beroepsgrond A.

Tele2 en Pretium hebben dit niet gedaan, waarbij het College nog opmerkt dat dit temeer klemt nu ACM weliswaar geen formele SSNIP-test heeft uitgevoerd maar haar besluit wel baseert op kwantitatieve gegevens inzake het overstapgedrag van consumenten die haar standpunt ondersteunen.

KPN keert zich tegen de afbakening van een afzonderlijke markt voor tweevoudige gespreksdiensten, waarbij zij in beroepsgrond B betoogt dat ACM ten onrechte enkelvoudige en tweevoudige gesprekken als aparte markten afbakent en in beroepsgrond C dat ACM ten onrechte tweevoudige en meervoudige gesprekken als aparte markten afbakent.

Hosted Voice is een zakelijke IP-telefoniedienst waarbij de lokale bedrijfstelefooncentrale niet op de klantlocatie staat, maar is vervangen door een virtuele centrale in het netwerk van de Hosted Voice aanbieder.

Hiermee verschilt Hosted Voice van diensten als VoB of ISDN, waarbij de gebruiker een keuze maakt voor een aantal kanalen, en daarmee voor een maximum aantal gelijktijdig te voeren gesprekken.

Van aanbodsubstitutie is sprake als andere aanbieders op zeer korte termijn en zonder significante investeringen kunnen toetreden, en deze toetreding ook waarschijnlijk is.

Kenmerkend voor deze diensten is het kunnen bellen en gebeld worden via een telefoonnummer over een vast netwerk.

Doordat de telefooncentrale bij Hosted Voice niet op de klantlocatie staat maar in het netwerk van de aanbieder, draagt die aanbieder zorg voor het onderhoud en het beheer van de centrale.

Dit levert de afnemer een investeringsbesparing en onderhoudsbesparing op. Bij Hosted Voice zijn prijzen gebaseerd op basis van het aantal gebruikers in plaats van een afgenomen bundel kanalen.

Op basis van de daadwerkelijke en verwachte overstap, tezamen met de overeenkomst in kenmerken en de prijsstelling, concludeert ACM dat Hosted Voice een substituut is voor ISDN2.

VoB en Hosted Voice laten zich niet meten in het aantal aansluitingen, maar in het maximaal aantal gelijktijdige gesprekken respectievelijk het aantal werkplekken, ofwel seats.

Klassieke diensten worden op basis van het maximaal aantal gelijktijdige gesprekken omgerekend naar gesprekslicenties.

Op deze wijze komt een ISDN2-aansluiting overeen met twee gesprekslicenties en komt zes keer een ISDN2-aansluiting overeen met twaalf gesprekslicenties.

Ook VoB wordt op basis van het maximaal aantal gelijktijdige gesprekken omgerekend naar gesprekslicenties. Bij Hosted Voice is omrekening van seats naar gesprekslicenties nodig.

ACM heeft met inachtneming van beperkte ervaringscijfers gekozen voor een pragmatische benadering en de grens afgerond naar seats.

ACM oordeelt dat ISDN30 niet tot de productmarkt van ISDN2 behoort, omdat het een grotere capaciteit aanbiedt functionaliteit en afnemers specifieke eisen stellen aan het aantal gelijktijdige gesprekken.

Afnemers zullen niet geneigd zijn een dienst af te nemen waarmee meer gelijktijdige gesprekken gevoerd kunnen worden dan waar behoefte aan is, omdat de afnemer dan aanzienlijk meer moet betalen voor capaciteit die hij niet nodig heeft.

ACM heeft in eerdere reguleringsrondes de markt voor telefonie steeds op een verschillende wijze opgeknipt teneinde voortgezette regulering mogelijk te maken.

De door ACM gemaakte knip is ook niet consistent met de beschikkingenpraktijk van de Commissie en ook andere lidstaten van de Europese Unie EU gaan doorgaans uit van een ruimere markt voor vaste telefonie.

Geen enkele andere lidstaat maakt hetzelfde onderscheid als ACM en ACM maakt nergens duidelijk waarin de Nederlandse markt voor vaste telefonie fundamenteel anders is.

Het College constateert met KPN dat ACM in diverse reguleringsrondes de markt voor vaste telefonie op verschillende wijzen heeft onderverdeeld.

Telkens wanneer appellanten hiertegen gronden hebben ingebracht, heeft het College deze beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden in het concrete geval, hetgeen er toe heeft geleid dat in voorkomend geval een marktafbakening ook daadwerkelijk werd vernietigd bijvoorbeeld in de uitspraak van 14 mei , ECLI: Een oordeel dat ACM de markt voor vaste telefonie niet nader mocht onderverdelen, of dit niet mocht op een wijze die afweek van de afbakening in een eerder marktanalysebesluit, valt uit de jurisprudentie van het College niet af te leiden.

Voor een dergelijk oordeel is in het onderhavige geval des te minder reden, nu de in het bestreden besluit gemaakte afbakening slechts op ondergeschikte details afwijkt van de door het College in de uitspraak VT in stand gelaten afbakening.

Evenmin komt betekenis toe aan mogelijk andere marktafbakeningen door de nationale regelgevende instantie in andere lidstaten van de EU, reeds omdat een marktafbakening dient plaats te vinden op basis van de specifieke omstandigheden in een lidstaat.

Er is echter geen enkele reden waarom in het eerste geval sprake is van ketensubstitutie en in het tweede geval niet.

KPN heeft hierbij gebruik gemaakt van de prijselasticiteit die in het Blauw-rapport is vastgesteld. ACM had hier zelf onderzoek naar verricht en was hierbij tot de conclusie gekomen dat dit laatste niet het geval is.

Hierin kwam de vraag aan de orde of indien ACM bezien vanuit markt A tot de conclusie komt dat markt B niet tot dezelfde markt moet worden gerekend, zij ook een analyse dient uit te voeren met markt B als uitgangspunt die mogelijkerwijs tot de conclusie leidt dat vanuit dat perspectief markt A wel tot dezelfde markt moet worden gerekend.

Het College kwam tot het oordeel dat dit niet het geval is. In het bestreden besluit heeft ACM de markt voor enkelvoudige gespreksdiensten afgebakend door beginnend vanuit PSTN de vraag te stellen welke diensten tot dezelfde markt dienen te worden gerekend.

Hetzelfde geldt voor het betoog in beroepsgrond B. Als er een aparte markt zou zijn voor dertien of meer gelijktijdige gesprekken, dan zou het logisch zijn dat er voor dertien of meer gelijktijdige gesprekken niet of nauwelijks gestapelde ISDN2-aansluitingen worden ingezet.

Dit is een duidelijke aanwijzing dat de substitutieketen bij traditionele telefonie niet wordt onderbroken bij dertien gelijktijdige gesprekken.

ACM heeft er in haar verweer op gewezen dat zij ook in de marktanalyse VT de knip tussen twee- en meervoudige aansluitingen tussen aansluitingen met twaalf en met dertien gelijktijdige gesprekken legde, en de door KPN daartegen gerichte beroepsgrond in overweging 9 van de uitspraak VT door het College is verworpen, terwijl KPN niet heeft gewezen op gewijzigde marktomstandigheden die nu tot een ander oordeel nopen.

Dat een deel van het klantenbestand van KPN desalniettemin ook voor aansluitingen met dertien of meer gelijktijdige gesprekken gebruik maakt van gestapeld ISDN2 of PSTN, schrijft ACM toe aan het bestaan van klanten bij wie de behoefte aan vaste telefonie in de loop der tijd groeide en die daarom extra aansluitingen afnamen.

In het licht van dit verweer ziet het College geen aanleiding voor het oordeel dat ACM de knip niet tussen aansluitingen met twaalf en met dertien gelijktijdige gesprekken mocht leggen.

De incidentele klantencases waarnaar KPN in haar zienswijze verwijst, maken dit niet anders. KPN ziet niet in hoe het verschil tussen en seats een knip rechtvaardigt.

KPN moet worden nagegeven dat het leggen van de knip tussen en seats betrekkelijk willekeurig is. ACM heeft er ook niet omheen gedraaid dat haar berekeningswijze een door pragmatisme ingestoken schatting is, op basis van beperkte gegevens.

KPN maakt echter niet duidelijk waarom zij belang zou hebben bij een andere grens en evenmin waar de knip dan wel zou moeten liggen.

In het licht van het feit dat het hier een betrekkelijk nieuwe dienst betreft en KPN niet heeft aangevoerd waarom het ACM zou kunnen worden aangerekend dat zij niet over meer of nauwkeuriger informatie beschikt, ziet het College geen aanleiding om te oordelen dat ACM het bestreden besluit op dit punt onvoldoende zou hebben voorbereid of gemotiveerd.

Tele2 en Pretium hebben in beroepsgrond B aangevoerd dat KPN dominant is op de markt voor enkelvoudige gespreksdiensten.

Gelet op het oordeel van het College over beroepsgrond A kan het College voorbijgaan aan beroepsgrond B. Wel zal het College bespreken beroepsgrond B.

ACM heeft onderzocht of KPN dominant is op de wholesalemarkt voor enkelvoudige gespreksdiensten in aanwezigheid van hogergelegen regulering.

Pretium is de grootste afnemer van het gereguleerde WLR-aanbod, gevolgd door Tele2. De totale markt blijft qua omvang toenemen, ondanks een dalend aantal PSTN-lijnen.

Mogelijk is dit het gevolg van een groei in het aantal verkochte bundels, waarvan VoB1 vaak een onderdeel is. Naar verwachting van ACM groeit de markt licht naar 6,4 tot 6,8 miljoen aansluitingen.

Verder laten de verwachtingen een krimp zien voor KPN, als gevolg van het grotere aandeel VoB1 in de markt. Als nagenoeg de enige aanbieder van PSTN-diensten had KPN in afwezigheid van telefonie-specifieke regulering een voordeel ten opzichte van vooral Ziggo.

Het deel van de wholesalemarkt waar KPN nagenoeg de enige aanbieder is krimpt dus sterk. ACM concludeert derhalve dat KPN voor het aanbieden van enkelvoudige gespreksdiensten niet beschikt over voordelen uit moeilijk te repliceren infrastructuur.

Voordelen die KPN zou hebben ten opzichte van alternatieve partijen worden gemitigeerd doordat deze zijn verwerkt in de tarieven voor de gereguleerde diensten op hoger gelegen wholesalemarkten op basis waarvan enkelvoudige gespreksdiensten worden aangeboden.

Een combinatie van verschillende diensten is vooral terug te vinden in het VoB1-segment van de markt. Verschillende partijen, waaronder Ziggo, Tele2 en Vodafone, bieden uiteenlopende combinaties van diensten aan, samen met VoB1.

Schaalvoordelen hebben betrekking op kostenvoordelen die voortkomen uit een grotere schaal van de onderneming. Schaalvoordelen worden via wholesaletarieven doorgegeven aan afnemers van deze gereguleerde en ongereguleerde bouwstenen.

Ten opzichte van alternatieve aanbieders beschikt KPN daarom niet over schaalvoordelen. ACM komt tot de conclusie dat KPN ten opzichte van zijn grootste concurrent Ziggo en alternatieve aanbieders niet beschikt over schaalvoordelen en deze om die reden niet bijdragen aan dominantie van KPN.

In dit geval betreft het de levering van meerdere verschillende diensten die gebruikmaken van hetzelfde netwerk. KPN biedt veel verschillende diensten over zijn netwerken, maar ook voor breedtevoordelen geldt dat lagere kosten voor de levering van diensten zijn verwerkt in de wholesaletarieven die gelden voor de gereguleerde en ongereguleerde bouwstenen op basis waarvan alternatieve aanbieders diensten aanbieden.

Het bestaan van overstapkosten of overstapdrempels leidt er toe dat een afnemer minder snel zal of kan overstappen naar een andere aanbieder van diensten als gevolg van een prijsstijging of bijvoorbeeld een verslechtering van de geleverde kwaliteit en vermindert de disciplinerende werking die de afnemer kan uitoefenen.

ACM komt tot de conclusie dat bij VoB1-diensten sprake is van enige overstapdrempels, vooral omdat voor de hele bundel van aanbieder moet worden gewisseld.

ACM komt tot het eindoordeel dat er geen sprake is van dominantie van KPN op de markt voor enkelvoudige gespreksdiensten. Tele2 en Pretium voeren in beroepsgrond B.

Om tot het wholesalemarktaandeel te komen, moeten hier de WLR-leveringen bij worden opgeteld. ACM gaat bovendien ten onrechte uit van een groei van het aantal enkelvoudige aansluitingen.

Terwijl ACM het heeft over een stijging van 6,4 miljoen naar 6,8 miljoen aansluitingen, blijkt uit de Telecommonitor dat in Q4 het aantal aansluitingen 6,3 miljoen bedraagt en er dus onmiskenbaar een langdurige dalende trend is.

KPN zou ook niet investeren in de migratie naar e-pots indien hier amper gebruik van zou worden gemaakt. Tot slot volgt ook uit de overige omstandigheden dat KPN dominant is op de wholesalemarkt voor enkelvoudige gespreksdiensten.

ACM komt op dit punt tot een andere analyse dan in het marktanalysebesluit VT, zonder hiervoor een deugdelijke onderbouwing te geven. ACM voert als verweer aan dat haar prospectieve analyse moet worden beoordeeld aan de hand van de ten tijde van het marktanalysebesluit voorhanden gegevens.

ACM blijft bij haar verwachting voor de langere termijn. Ook uit de gegevens over Q4 blijkt overigens een daling van het aantal PSTN-lijnen en een stijging van VoB en daarmee onmiskenbaar een sterke daling van PSTN in de totale markt voor enkelvoudige gesprekken.

Het geprognosticeerde marktaandeel van KPN is ook niet doorslaggevend. Tele2 en Pretium miskennen dat ACM in het bestreden besluit wel degelijk gemotiveerd heeft uiteengezet dat ook de andere factoren niet wijzen op een dominante positie van KPN op de wholesalemarkt voor enkelvoudige gespreksdiensten.

Dat de analyse van ACM is gewijzigd, wordt gerechtvaardigd door veranderingen zowel op de markt als ten aanzien van de spelers op de markt. Ten opzichte van Ziggo beschikt KPN slechts over enige breedtevoordelen, maar deze zijn onvoldoende om bij te dragen aan dominantie van KPN.

Het College volgt dit verweer. In het licht van deze sterke daling is de waarde die toekomt aan het exacte geprognosticeerde marktaandeel van KPN betrekkelijk.

In vaste jurisprudentie heeft het College als criterium gehanteerd dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van dominantie dient te worden aangesloten bij de definitie van een economische machtspositie zie meest recent de FttO-uitspraak, 6.

Met dat begrip uit het algemene mededingingsrecht kiest het College voor een functioneel criterium — kan een onderneming zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en consumenten gedragen?

Hieruit volgt niet dat een groot marktaandeel niet een belangrijk gegeven is bij de vaststelling van dominantie, maar wel dat het belang van de exacte omvang hiervan dient te worden gerelativeerd.

Dit geldt in het bijzonder in het geval van een prospectieve analyse, waaraan inherent is dat de bepaling van marktaandelen met onzekerheden is omgeven.

In dit licht onderschrijft het College het belang dat ook overige relevante factoren bij deze beoordeling worden betrokken. ACM heeft dit gedaan en hierbij terecht veel waarde toegekend aan het feit dat Ziggo, reeds nu en in toenemende mate, niet alleen qua marktaandeel maar ook wat betreft de overige factoren zich als een nagenoeg gelijkwaardige concurrent van KPN manifesteert.

Tele2 en Pretium hebben volstaan met de constatering dat ACM hierbij tot een ander oordeel is gekomen dan in het marktanalysebesluit VT, maar de motivering die ACM hiervoor heeft gegeven niet concreet bestreden.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed. Good article - although I believe Key was injured during…. We'd love to have you join the Big Blue….

I support all jersey products. And Hurley is one of…. Get 2 of those three and order a banner if…. Related Items Robbie Beran.

Click to add a comment. Leave a Reply Cancel reply Your email address will not be published. Kentucky Wildcats taking a gander at 5-star Sharife Cooper.

To be fair to him, rare is the teenager still in high school who is not in need of some natural body development. Not to mention, his skills should also naturally improve over time.

Considering how quickly he was able to go from four schools to three, it will be interesting to see what happens next and how soon.

Your email address will not be published. This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Good article - although I believe Key was injured during…. Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 6a. Uiterlijk binnen drie jaar nadat een besluit als bedoeld in artikel 6a.

ACM heeft in het bestreden besluit zogenoemde drie-criteriatoetsen uitgevoerd. Hiertegen richt zich beroepsgrond A van KPN, waarin zij betoogt dat ACM ten onrechte tot de conclusie komt dat de wholesalemarkt voor tweevoudige gesprekken voldoet aan de drie-criteriatoets.

De Commissie omschreef deze markten als volgt:. Op grond van artikel 6a. Die heroverweging moet volgens artikel 6a.

ACM kan ook relevante markten onderzoeken die niet in de Aanbeveling staan. ACM voert dan een zogenaamde drie-criteriatoets uit waarin ACM nagaat of de relevante markt kenmerken heeft die het opleggen van ex-anteverplichtingen rechtvaardigen.

Op basis van de drie-criteriatoetsen onderzoekt ACM of de betreffende markten binnen afzienbare termijn concurrerend zijn.

Een markt komt volgens overwegingen 11 tot en met 16 van de Aanbeveling alleen in aanmerking voor ex-anteregulering als aan de volgende drie criteria is voldaan.

Deze kunnen een structureel, wettelijk of regelgevend karakter hebben;. De toepassing van dit criterium houdt in dat moet worden nagegaan wat de toestand is van de op infrastructuur gebaseerde en andere mededinging die aan de toetredingsdrempels ten grondslag ligt; en.

ACM heeft de drie-criteriatoetsen voor de wholesalemarkten uitgevoerd in aanwezigheid van bouwstenen uit de wholesalemarkt voor ontbundelde toegang tot het aansluitnet ULL, dat staat voor Unbundled Local Loop en de wholesalemarkt voor hoogwaardige wholesaletoegang HWT die door alternatieve telefonie-aanbieders kunnen worden gebruikt voor het leveren van diensten.

ACM leidt uit het feit dat zij in het bestreden besluit heeft vastgesteld dat de markt voor enkelvoudige gespreksdiensten daadwerkelijk concurrerend is, af dat niet is voldaan aan het tweede criterium en dat de drie-criteriatoets voor deze markt faalt.

Hetzelfde geldt voor de markt voor meervoudige gespreksdiensten en ook voor de retailmarkten voor tweevoudige en meervoudige gesprekken, waarvan ACM heeft geconstateerd dat zij in aanwezigheid van hoger gelegen regulering ULL, HWT en telefoniespecifieke regulering daadwerkelijk concurrerend zijn.

Voor de wholesalemarkt voor tweevoudige gespreksdiensten heeft ACM eerst criterium 1 onderzocht. Zij concludeert dat op deze markt ondanks de beschikbaarheid van hoger gelegen gereguleerde wholesalebouwstenen, sprake is van hoge toegangsbelemmeringen van niet-voorbijgaande aard en dat daarmee wordt voldaan aan het eerste criterium.

ACM heeft vervolgens onderzocht of de marktstructuur niet neigt naar daadwerkelijke mededinging binnen de relevante periode criterium 2.

De toepassing van dit criterium houdt in dat moet worden nagegaan wat de toestand is van de op infrastructuur gebaseerde en andere mededinging die aan de toetredingsdrempels ten grondslag ligt.

Op basis van de hiertoe gemaakte analyse concludeert ACM dat voor deze markt eveneens is voldaan aan het tweede criterium. ACM heeft ten slotte onderzocht of toepassing van het mededingingsrecht op zichzelf het marktfalen in kwestie niet voldoende verhelpt criterium 3.

Daartoe zijn namelijk diverse verplichtingen noodzakelijk, zoals onder andere toegangsverplichtingen. Dergelijke verplichtingen kunnen vooraf niet effectief opgelegd worden op basis van het mededingingsrecht.

Op basis hiervan concludeert ACM dat voor deze markt eveneens wordt voldaan aan het derde criterium. KPN acht dit conceptueel onjuist, aangezien eerst de drie-criteriatoets dient te worden toegepast, alvorens wordt toegekomen aan de vraag of sprake is van AMM.

Zoals ACM in haar verweer opmerkt, volgt uit artikel 6a. ACM wijst ook terecht op overweging 5. ACM is gehouden tot onderzoek op grond van artikel 6a.

Dat ACM bij de beantwoording van deze vraag een aparte wholesalemarkt voor tweevoudige gespreksdiensten tot uitgangspunt mocht nemen, volgt uit onder meer 4.

Indien KPN van mening is dat ACM geen aparte wholesalemarkt voor tweevoudige gespreksdiensten had mogen afbakenen, dan kan zij hiertegen gronden aanvoeren — hetgeen zij ook heeft gedaan — maar kan dit niet leiden tot het oordeel dat ACM bij het uitvoeren van de betreffende drie-criteriatoets van een onjuist uitgangspunt is uitgegaan.

Evenmin heeft ACM een methodologische fout gemaakt door in het kader van de drie-criteriatoets te verwijzen naar de uitkomst van de door haar gemaakte dominantieanalyse op de wholesalemarkt voor tweevoudige gespreksdiensten.

Zoals het College heeft opgemerkt in BT laat de drie-criteriatoets zich kenschetsen als een soort voorlopig marktonderzoek op hoofdpunten, op basis waarvan door ACM besloten kan worden of een veel meer op de details ingaande marktanalyse moet worden verricht.

Hetgeen KPN in beroepsgrond A verder heeft aangevoerd, ziet op de conclusies die ACM ten aanzien van de drie onderscheiden criteria heeft getrokken.

Uit de zojuist genoemde overweging van het College vloeit voort dat nu al hetgeen KPN hierin naar voren brengt door haar tevens is aangevoerd tegen de daadwerkelijke marktanalyse, het College kan volstaan met een verwijzing naar zijn bespreking van die gronden.

De conclusie is dat beroepsgrond A niet tot vernietiging van het bestreden besluit kan leiden. Tele2 en Pretium betogen in beroepsgrond A, uitgewerkt in de sub beroepsgronden A.

VoB is een telefoniedienst die wordt aangeboden over een vast breedbandig netwerk op een vaste locatie. VoB wordt aangeboden over het kopernetwerk, coaxnetwerken en glasvezelnetwerken.

VoB-diensten worden door consumenten en kleine bedrijven nagenoeg altijd in een bundel met internetdiensten afgenomen. In het marktanalysebesluit VT is de markt voor enkelvoudige gesprekken afgebakend voor de periode tot Nu ACM deze verplichtingen op grond van artikel 6a.

Het belangrijkste argument hiervoor was dat in de loop van de reguleringsperiode een gebonden groep eindgebruikers zou ontstaan.

Het uitblijven van de door haar verwachte afname van de krimp in het aantal PSTN-aansluitingen is voor ACM aanleiding geweest nogmaals te onderzoeken of inderdaad sprake is van een gebonden groep eindgebruikers, welk onderzoek uiteindelijk tot de conclusie heeft geleid dat er toch geen aparte markt voor PSTN-aansluitingen moet worden afgebakend.

Daarnaast worden bij zowel VoB1 als PSTN vergelijkbare aanvullende telefoniefaciliteiten geboden, zoals wisselgesprekken, direct doorschakelen, nummerweergave en voicemail.

Wat betreft de schaalbaarheid van beide diensten constateert ACM dat, zoals in de productbeschrijving beschreven, VoB flexibeler is in het inzetten van gelijktijdige gesprekscapaciteit dan bij de klassieke telefoniediensten waar de uitbreidingen stapsgewijs plaatsvinden en per aansluiting.

Hierdoor kan de benodigde capaciteit eenvoudiger worden aangepast aan veranderingen in de behoefte van een afnemer. Ook komen de technische mogelijkheden van de verschillende typen toestellen, die als randapparatuur op de dienst worden aangesloten, overeen.

Zij achten het onmiskenbaar dat het migratietempo afneemt, hetgeen volgens hen blijkt uit de gegevens die zijn opgenomen in de telecommonitor van ACM van Q2 tot en met Q4 Dit zou temeer relevant zijn aangezien de daling van het aantal PSTN-aansluitingen door autonome oorzaken, zoals overlijden of verhuizing naar een verzorgingshuis, en niet door migratie naar VoB1, juist toeneemt.

Als de autonome daling wordt meegenomen, dan blijkt dat de relatieve afname van de migratie van PSTN naar VoB1 nog veel sterker toeneemt. Waarover partijen van mening verschillen is of de omvang van de overstap dient te worden beoordeeld in termen van absolute of relatieve aantallen.

Tele2 en Pretium baseren hun betoog dat sprake is van een afvlakkend migratietempo op de ontwikkeling van de overstap in absolute aantallen, waarin een daling valt te constateren.

Het College ziet in hetgeen Tele2 en Pretium hebben aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat ACM een onjuiste invulling aan de gehanteerde maatstaf heeft gegeven.

De groepen die ACM hierbij had genoemd betreffen de gebruikers van:. ACM miskent daarbij volgens Tele2 en Pretium dat er nog andere gebonden afnemers zijn, waaronder gebruikers van pinautomaten en faxmachines.

ACM heeft uitgebreid beargumenteerd dat het uitblijven van een afvlakking van de daling van het aantal PSTN-aansluiting voor een belangrijk deel valt te verklaren door de toename van alternatieven voor door haar aanvankelijk als gebonden beschouwde afnemers.

Het blijkt dan ook dat het percentage PSTN-lijnen ten opzichte van alle alarmlijnen is gedaald en het percentage IP-lijnen daarentegen juist sterk is gestegen.

Ook hier zijn er ontwikkelingen waardoor steeds meer wordt overgestapt naar alternatieven voor PSTN. Gegevens van KPN bevestigen dat migratie naar alternatieven ook daadwerkelijk plaatsvindt.

Ook voor op afstand uitleesbare energie- en watermeters zijn alternatieven ontwikkeld. Dit betreft voor een groot deel oudere gebruikers.

Ten aanzien van consumenten zonder bundel heeft ACM in het marktanalysebesluit ULL aangegeven dat zij verwacht dat deze groep afneemt, door onder andere natuurlijk verloop en sterfte.

Evenals ACM in haar verweer, constateert het College dat Tele2 en Pretium tegenover deze mede met kwantitatieve gegevens onderbouwde, gefundeerde analyse van ACM, geen concrete cijfers hebben aangevoerd die deze analyse ontkrachten.

Dat PSTN en VoB1 bezien vanuit de vraagzijde geen substituten zijn, blijkt reeds uit het feit dat van VoB1 uitsluitend gebruik kan worden gemaakt in combinatie met breedband internet.

Evenmin is er substitutie aan de aanbodzijde aangezien er een cruciaal verschil is tussen PSTN en VoB1 wat betreft de wijze waarop de dienst wordt aangeboden.

PSTN wordt aangeboden als zelfstandige dienst waarvoor afzonderlijk en fors moet worden betaald, terwijl VoB1 een dienst is die veelal cadeau wordt gedaan bij een internetabonnement of ander multiplay pakket.

ACM wijst in het bestreden besluit op het Blauw-rapport dat onder andere het profiel van PSTN-gebruikers beschrijft en ingaat op de bereidheid van gebruikers van vaste telefonie om over te stappen.

Onder PSTN-klanten worden betrouwbaarheid en gewoonte vaak genoemd als belangrijkste reden voor de keuze van deze techniek. In het marktanalysebesluit VT concludeerde ACM dat VoB1 op basis van feitelijk en verwacht overstapgedrag van afnemers in combinatie met de geboden functionaliteit, alsmede de aan VoB verbonden kwaliteitsperceptie, een substituut is voor PSTN en in het bestreden besluit komt zij tot dezelfde conclusie.

In haar verweer verwijst ACM naar haar, hiervoor in 4. Wat betreft de aanbodsubstitutie acht ACM het van doorslaggevend belang of er een relevante groep gebonden eindgebruikers bestaat, welk onderwerp al bij de bespreking van beroepsgrond A.

Tele2 en Pretium hebben dit niet gedaan, waarbij het College nog opmerkt dat dit temeer klemt nu ACM weliswaar geen formele SSNIP-test heeft uitgevoerd maar haar besluit wel baseert op kwantitatieve gegevens inzake het overstapgedrag van consumenten die haar standpunt ondersteunen.

KPN keert zich tegen de afbakening van een afzonderlijke markt voor tweevoudige gespreksdiensten, waarbij zij in beroepsgrond B betoogt dat ACM ten onrechte enkelvoudige en tweevoudige gesprekken als aparte markten afbakent en in beroepsgrond C dat ACM ten onrechte tweevoudige en meervoudige gesprekken als aparte markten afbakent.

Hosted Voice is een zakelijke IP-telefoniedienst waarbij de lokale bedrijfstelefooncentrale niet op de klantlocatie staat, maar is vervangen door een virtuele centrale in het netwerk van de Hosted Voice aanbieder.

Hiermee verschilt Hosted Voice van diensten als VoB of ISDN, waarbij de gebruiker een keuze maakt voor een aantal kanalen, en daarmee voor een maximum aantal gelijktijdig te voeren gesprekken.

Van aanbodsubstitutie is sprake als andere aanbieders op zeer korte termijn en zonder significante investeringen kunnen toetreden, en deze toetreding ook waarschijnlijk is.

Kenmerkend voor deze diensten is het kunnen bellen en gebeld worden via een telefoonnummer over een vast netwerk. Doordat de telefooncentrale bij Hosted Voice niet op de klantlocatie staat maar in het netwerk van de aanbieder, draagt die aanbieder zorg voor het onderhoud en het beheer van de centrale.

Dit levert de afnemer een investeringsbesparing en onderhoudsbesparing op. Bij Hosted Voice zijn prijzen gebaseerd op basis van het aantal gebruikers in plaats van een afgenomen bundel kanalen.

Op basis van de daadwerkelijke en verwachte overstap, tezamen met de overeenkomst in kenmerken en de prijsstelling, concludeert ACM dat Hosted Voice een substituut is voor ISDN2.

VoB en Hosted Voice laten zich niet meten in het aantal aansluitingen, maar in het maximaal aantal gelijktijdige gesprekken respectievelijk het aantal werkplekken, ofwel seats.

Klassieke diensten worden op basis van het maximaal aantal gelijktijdige gesprekken omgerekend naar gesprekslicenties.

Op deze wijze komt een ISDN2-aansluiting overeen met twee gesprekslicenties en komt zes keer een ISDN2-aansluiting overeen met twaalf gesprekslicenties.

Ook VoB wordt op basis van het maximaal aantal gelijktijdige gesprekken omgerekend naar gesprekslicenties. Bij Hosted Voice is omrekening van seats naar gesprekslicenties nodig.

ACM heeft met inachtneming van beperkte ervaringscijfers gekozen voor een pragmatische benadering en de grens afgerond naar seats. ACM oordeelt dat ISDN30 niet tot de productmarkt van ISDN2 behoort, omdat het een grotere capaciteit aanbiedt functionaliteit en afnemers specifieke eisen stellen aan het aantal gelijktijdige gesprekken.

Afnemers zullen niet geneigd zijn een dienst af te nemen waarmee meer gelijktijdige gesprekken gevoerd kunnen worden dan waar behoefte aan is, omdat de afnemer dan aanzienlijk meer moet betalen voor capaciteit die hij niet nodig heeft.

ACM heeft in eerdere reguleringsrondes de markt voor telefonie steeds op een verschillende wijze opgeknipt teneinde voortgezette regulering mogelijk te maken.

De door ACM gemaakte knip is ook niet consistent met de beschikkingenpraktijk van de Commissie en ook andere lidstaten van de Europese Unie EU gaan doorgaans uit van een ruimere markt voor vaste telefonie.

Geen enkele andere lidstaat maakt hetzelfde onderscheid als ACM en ACM maakt nergens duidelijk waarin de Nederlandse markt voor vaste telefonie fundamenteel anders is.

Het College constateert met KPN dat ACM in diverse reguleringsrondes de markt voor vaste telefonie op verschillende wijzen heeft onderverdeeld.

Telkens wanneer appellanten hiertegen gronden hebben ingebracht, heeft het College deze beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden in het concrete geval, hetgeen er toe heeft geleid dat in voorkomend geval een marktafbakening ook daadwerkelijk werd vernietigd bijvoorbeeld in de uitspraak van 14 mei , ECLI: Een oordeel dat ACM de markt voor vaste telefonie niet nader mocht onderverdelen, of dit niet mocht op een wijze die afweek van de afbakening in een eerder marktanalysebesluit, valt uit de jurisprudentie van het College niet af te leiden.

Voor een dergelijk oordeel is in het onderhavige geval des te minder reden, nu de in het bestreden besluit gemaakte afbakening slechts op ondergeschikte details afwijkt van de door het College in de uitspraak VT in stand gelaten afbakening.

Evenmin komt betekenis toe aan mogelijk andere marktafbakeningen door de nationale regelgevende instantie in andere lidstaten van de EU, reeds omdat een marktafbakening dient plaats te vinden op basis van de specifieke omstandigheden in een lidstaat.

Er is echter geen enkele reden waarom in het eerste geval sprake is van ketensubstitutie en in het tweede geval niet.

KPN heeft hierbij gebruik gemaakt van de prijselasticiteit die in het Blauw-rapport is vastgesteld.

ACM had hier zelf onderzoek naar verricht en was hierbij tot de conclusie gekomen dat dit laatste niet het geval is. Hierin kwam de vraag aan de orde of indien ACM bezien vanuit markt A tot de conclusie komt dat markt B niet tot dezelfde markt moet worden gerekend, zij ook een analyse dient uit te voeren met markt B als uitgangspunt die mogelijkerwijs tot de conclusie leidt dat vanuit dat perspectief markt A wel tot dezelfde markt moet worden gerekend.

Het College kwam tot het oordeel dat dit niet het geval is. In het bestreden besluit heeft ACM de markt voor enkelvoudige gespreksdiensten afgebakend door beginnend vanuit PSTN de vraag te stellen welke diensten tot dezelfde markt dienen te worden gerekend.

Hetzelfde geldt voor het betoog in beroepsgrond B. Als er een aparte markt zou zijn voor dertien of meer gelijktijdige gesprekken, dan zou het logisch zijn dat er voor dertien of meer gelijktijdige gesprekken niet of nauwelijks gestapelde ISDN2-aansluitingen worden ingezet.

Om de CBB-ploeg te versterken, zoeken we een. We bieden je een boeiende functie met veel interessante opdrachten en contacten.

Kan het klikken tussen ons? Bezorg dan snel jouw curriculum vitae, samen met de motivatie van jouw kandidatuur, aan.

Confederatie van de Belgische Bietenplanters vzw, t. Anspachlaan bus JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Cbb 2019 -

Im Gegensatz zu Office ProPlus, das laufend Feature-Updates erhält, erscheint im zweiten Halbjahr mit Office eine herkömmliche Version, die auch über dauerhafte Lizenzen erworben werden kann. Eine weitere Einschränkung von Office besteht im verkürzten Support. Mehrere Revisionen des Service-Modells. Angesichts des überschaubaren Nutzens dürfte vielen Unternehmen der Aufwand für ein jährliches OS-Rollout nämlich zu hoch sein. Sortiment Alle Infos zu den Neuheiten und Sortimentserweiterungen Wenn mit Ihrer angegebenen Mail-Adresse ein Gravatar verknüpft ist, dann wird dieser neben Ihrem Kommentar eingeblendet.

Cbb 2019 Video

Celebrity Big Brother S22E01 Live Launch 16/08/2018 Damit wendet man diese Updates jedoch nur temporär ab, weil die darin enthaltenen Patches Bestandteil des kumulativen Updates am zweiten Dienstag des folgenden Monats sein werden. Weitere Links Technisches Webinar: Mehrere Revisionen des Service-Modells. Beide unterliegen juegos de casino tragamonedas gratis 3d Service-Modell wie Windows 10, in dessen Rahmen sie laufend neue Features erhalten. Dieser Wissenstransfer findet unter Tage im Versuchsstollen Hagerbach statt. Hohe Systemvoraussetzungen, neue Hybrid-Optionen. Dieser Zeitraum erstreckt sich über 5 Jahre nach dem Erscheinen der Software.

0 Replies to “Cbb 2019”